Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BD2100

Datum uitspraak2008-05-21
Datum gepubliceerd2008-05-21
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200703920/1
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bij brief van 10 oktober 2003 heeft de vereniging Vereniging Bewoners Belanghebbenden B.o.Z., e.o. (hierna: de vereniging) het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom (hierna: het college) verzocht om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot een spoorwegemplacement aan het Stationsplein 2 te Bergen op Zoom, wegens overtreding van de daarvoor op 15 april 2003 krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunning.


Uitspraak

200703920/1. Datum uitspraak: 21 mei 2008 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: de vereniging Vereniging Bewoners Belanghebbenden B.o.Z., e.o., gevestigd te Bergen op Zoom, appellante, en het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom, verweerder. 1. Procesverloop Bij brief van 10 oktober 2003 heeft de vereniging Vereniging Bewoners Belanghebbenden B.o.Z., e.o. (hierna: de vereniging) het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom (hierna: het college) verzocht om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot een spoorwegemplacement aan het Stationsplein 2 te Bergen op Zoom, wegens overtreding van de daarvoor op 15 april 2003 krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunning. Tegen het uitblijven van een besluit op dit verzoek heeft de vereniging bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 juni 2007, beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Door de vereniging en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ProRail B.V. (hierna: ProRail) zijn nadere stukken ingediend. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 maart 2008, waar de vereniging, vertegenwoordigd door R.H. van der Pols, en het college, vertegenwoordigd door ing. R.E.S.S. Vliex, werkzaam bij de Regionale Milieudienst West-Brabant, zijn verschenen. Voorts zijn de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, vertegenwoordigd door mr. P.C. Cup en drs. T.C. Welkers, beiden werkzaam bij het ministerie, en door J.W. Takkenberg en ing. A.C.W. Schaareman, beiden werkzaam bij het Bureau Sanering Verkeerslawaai, en ProRail, vertegenwoordigd door mr. L. Makkinga, drs. D. van Bemmel en mr. A. 't Mannetje, als belanghebbende gehoord. 2. Overwegingen 2.1. Het beroep richt zich tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek om handhaving van 10 oktober 2003. Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, in samenhang met artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht, dient alvorens beroep wordt ingesteld bezwaar te worden gemaakt. Nu dit niet is gebeurd, dient het beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard. De Afdeling zal het beroepschrift op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht doorzenden aan het college ter behandeling als bezwaarschrift. 2.2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, voorzitter, en mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens en mr. C.W. Mouton, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.P.J.M. van Grinsven, ambtenaar van Staat. w.g. Van Kreveld w.g. Van Grinsven voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2008 462.